Het maakbaarheidsideaal van de genderideologie

Dit is deel III in een blogserie over de huidige seksuele revolutie

Seks, sekse, gender en gedrag

De gender is een beek in Noord-Brabant, zo las ik als een van de eerste definities. Grappig, maar dat is niet waar we het hier over hebben natuurlijk. Maar waar hebben we het dan eigenlijk wél over? De Correspondent schrijft over gender: ‘Simpel gezegd: sekse zit tussen je benen en gender tussen je oren.’ Als we spreken over gender, dan hebben we het niet alleen over wat we in het recente verleden als ‘geslacht’ zouden hebben omschreven. Gender wordt namelijk gezien als het psychologische-, ervaring- of gevoelsgeslacht. Met andere woorden: iemand kan (biologisch) als man zijn geboren, maar zich (psychisch) als vrouw ervaren. In het algemeen kan het begrip ‘gender’ worden opgedeeld in de volgende vier categorieën:

  • Biologisch geslacht (sekse)
  • Psychologisch geslacht (genderidentiteit)
  • Gedrag (genderexpressie)
  • Seksuele aantrekkingskracht (seksuele oriëntatie)

Statistieken over volwassenen en kinderen

Wat is de reden dat we apart van sekse ook spreken over genderidentiteit? Dat komt doordat een klein percentage van de bevolking zich niet herkent in het eigen geboortegeslacht. We hebben het dan over gemiddeld 0.4% van de volwassen bevolking (mannen 0.6%, vrouwen 0.2%)*. De onderzoeksgroep is hierbij gevraagd naar de genderbeleving ten opzichte van het geboortegeslacht. Een deel van deze groep is, ondanks niet-corresponderende psychologische/biologische geslachtsbeleving, alsnog tevreden met het eigen lichaam en kiest ervoor geen geslachtsverandering te ondergaan.

Een interessant statistisch gegeven is het verschil tussen volwassenen en kinderen. Kinderen identificeren zich ten opzichte van de volwassen groep met een significant hoger percentage van respectievelijk 1.7 en 2.9% niet met het biologisch geslacht. Bij vervolgonderzoek op latere leeftijd blijkt 70-80% van deze groep zich als homoseksueel te identificeren. Een klein deel ervaart zich in volwassenheid als zijn biologisch geslacht (cisgender) en een klein deel (slechts zo’n 16%) blijft zich als niet gelijk aan het biologisch geslacht ervaren (transgender).

Het gaat hier vergelijkend om 65% (van 1.7%) van de jongens en 93% (van 2.9%) van de meisjes welke zich niet meer als transgender identificeren als ze volwassen zijn. De verwarring van het opgroeien, puberteit, seksualiteitsbeleving en identiteit blijken bij het opgroeien een grote rol te spelen bij de psychologische ontwikkeling en (gender)identiteit. Dit maakt duidelijk dat een te vroeg ingrijpen op gender- en seksuele identiteit de ontwikkeling van het kind in de weg kan zitten en levenslange (negatieve) gevolgen kan hebben. De meeste kinderen groeien over identiteitsonzekerheden heen.

Psychologisch geslacht en biologische ontwikkeling

Hoe een mens zich ervaart, zich psychologisch ontwikkelt, kan niet los gezien worden van de biologische ontwikkeling. Er is een klein percentage mensen (<0.5%) met medische aandoeningen (intersekse). Ook binnen deze groep identificeren de meeste mensen zich als man of vrouw, volgens dit onderzoek. Dit houdt in dat 99,5% van alle mensen een mannelijk óf vrouwelijk lichaam ontwikkelt. En met deze lichamelijke ontwikkeling ontstaan verschillen wat betreft genitaliën, spieropbouw, gewicht, stem, haargroei, hormonen en chromosomen. Hierdoor veranderd ook de hersenstructuur en hersenactiviteit – al in de baarmoeder – en ontstaan verschillen in talent, temperament en prioriteiten. Mannen en vrouwen ontwikkelen zich kortom verschillend.

Mannen en vrouwen worden niet geboren met of zonder genderidentiteit. Men wordt geboren als man óf vrouw, en ontwikkelt zich normaliter ook psychologisch conform dit lichaam. Gender en geslacht zijn in de meeste gevallen in lijn met elkaar, we hebben het dan over 99,6% van de bevolking die zich als man óf vrouw ervaart. Wanneer dit niet het geval is, is er sprake van een verstoring van de normale (d.w.z. biologische en psychologische) ontwikkeling. Dit wordt met een negatieve bijklank wel eens de ‘dwingende (hetero- en) gendernormativiteit‘ genoemd, of het ‘binaire geslachtmodel‘. En daarmee wordt vooreerst zichtbaar waar het van (maar in veel gevallen niet vanuit) minderheidsgroepering en biologische ontwikkeling overgaat tot antropologie, sociologie, naar (politieke) ideologie. Veelal dwingend toegepast op een meerderheid.

Sociaal geslacht en genderneutraal opvoeden

Naast de biologische en psychologische ontwikkeling is er ook het sociale element. Er is tenslotte toch ook zoiets als een mannelijke- en vrouwelijke rolverdeling? Daarmee wordt dan niet bedoelt dat er vanuit gelijkwaardige basis afspraken over rolverdeling zijn gemaakt, maar dat mannelijk en vrouwelijk gedrag is aangeleerd. ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt’, schreef Simone de Beauvoir in 1949.

Men kan niet gemakkelijk afwijken van deze maatschappelijk geaccepteerde en dwingende ‘sociale constructie’, zo zeggen aanhangers van deze theorie. Dat wil dan zeggen dat man en vrouw slechts bestaan, omdat mensen zéggen dat ze bestaan. Het is ‘bedacht’. Het kan dus ook los gedacht worden van het biologisch geslacht. Dit zou zorgen voor een meer inclusieve samenleving. Mensen die zich anders voelen zijn tenslotte ‘vrijer’, hebben zich losgebroken uit de ‘gendernormativiteit’, zijn helden.

Nu is het zeker zo dat er sociale en opvoedingsaspecten zijn waardoor mannen en vrouwen gevormd worden. Dat er (soms onwenselijke) maatschappelijke normen bestaan waarbij afwijking niet wenselijk wordt geacht. En het lijkt mij evident dat dit mede een mens vormt. Maar uit voorgaande blijkt ook dat het niet zo is dat aan een blanco en ‘sekseneutraal’ stel hersenen, willekeurig een lichaam met (on)bepaalde sekse wordt toegewezen. En ook niet dat aan de hersenen een gender toegewezen wordt, los van de sekse van het lichaam. ‘Het is meer natuur dan cultuur‘, zo citeer ik filosoof Griet Vandermassen.

De maakbaarheidsidealen die zich in de basis bevinden van de socialistische filosofie van het nieuw-feminisme zijn ook terug te vinden in het ideaal van het Genderneutraal opvoeden. Uit onderzoek blijkt echter dat de keuze van kinderen voor bepaalde soorten speelgoed primair samenhangt met het geslacht, en niet met de opvoeding en omgevingsfactoren. Natuurlijk spelen uiteindelijk persoonlijke voorkeur van het kind, de beschikbaarheid van speelgoed en de sociale en opvoedkundige context ook een rol bij spel en speelgoed. Maar niet zoveel als men dacht (of wenst). Dat meisjes ook een blauwe fiets mogen kiezen en jongens met poppen kunnen spelen lijkt mij persoonlijk in geen enkel opzicht bezwaarlijk. Maar als meisjes en jongens dezelfde of oppositionele kleding dienen te dragen, niet het ‘seksistische’ papa en mama meer mogen zeggen, jongens gebruik van make-up wordt voorgehouden en meisjes op voetbal moeten, gaan we voorbij aan wat zo voor de hand ligt: jongens en meisjes zijn gelijkwaardig, maar niet hetzelfde.

Genderspectrum

Het Mars-Venus paradigma mag te simplistisch zijn, niet elke man is even gespierd en elke vrouw een sopraan, het ideologische geslachtsspectrum blijkt hierop geen antwoord te zijn. Ditzelfde zien we ook terug bij het genderspectrum; het doet geen recht aan de wetenschappelijke bevindingen en statistische gegevens. Dat niet elke mens hetzelfde is, psychologisch even masculien of feminien – als we die stereotyperingen dan toch even hanteren, wil niet zeggen dat men zich niet mannelijk of vrouwelijk voelt. Dat er dan sprake is van ‘genderdiversiteit’.

Het geeft te kampen met nog een ander punt. Ik scheef al eerder dat waar men in 2016 nog begon met 31 genderidentiteiten er inmiddels lijsten met honderden verschillende genderidentiteiten zijn. Er zijn zelfs mensen die beweren dat ieder mens een eigen identiteit heeft en er dus net zoveel genderidentiteiten als mensen zijn. En als dit niet samenhangt met objectieve of verifieerbare gegevens, dan kan ieder zich voelen als men wil. En wanneer men wil. Vandaag man, morgen vrouw – onafhankelijk van het lichaam waarin het verblijft?

Dit is onverenigbaar met het klassieke feminisme, welke juist gelijke kansen wil voor vrouwen. Dit is ingewikkeld als de vrouw als zodanig niet meer bestaat. Er zit een ideologie achter het genderspectrum van vrije seksualiteit, marxisme en een paradoxale diversiteitsdoctrine, welke maatschappelijk ontwrichtend werkt. Denk aan het onderzoek van Unwin waaruit blijkt dat naties die welvarender worden, steeds liberaler worden met betrekking tot seksuele moraliteit waardoor de maatschappij haar samenhang, haar impuls en haar doel verlies. Het effect, zegt de auteur, is onherroepelijk. Unwin beweerde dat juridische gelijkheid tussen vrouwen en mannen een noodzakelijke voorwaarde was voor absolute monogamie.

Zijn wat je voelt

Het ideaal van te zijn wat je voelt heeft nog een andere dimensie, namelijk: waar houdt het op? Wat bijvoorbeeld met betrekking tot je gevoel over je leeftijd? Is er daadwerkelijk sprake van een psychologische-, gevoels- en biologische leeftijd? En kan de biologie genegeerd worden en je paspoort worden aangepast op basis van hoe je je voelt? Emile Ratelband heeft het geprobeerd, de rechter trapt hier (vooralsnog) niet in vanwege ‘ongewenste juridische en maatschappelijke gevolgen’. Maar dit is slechts het begin: blanken die zich als zwart identificeren. Mensen die zich als dier identificeren (otherkin), mensen die een reïncarnatie van iemand denken te zijn. Je bent wat je voelt dat je bent?

Maar is dit niet eveneens het geval bij het loslaten van seksualiteit, geslachtelijkheid en genderidentiteit? Tenslotte maakt het niet meer uit met wie of waar je gemeenschap hebt, samenwoont of wie je überhaupt bent, danwel bent maar niet mee identificeert. Zolang het maar binnen de wet plaatsvindt. Dat wil zeggen: 16+ en met consensus. Het wettelijke kader voor polygamie is tenslotte nog wel geldend maar is met een devaluatie van het huwelijk ook niet meer relevant.

Maar maakt dit in een maatschappij werkelijk niet uit? Is gender naast biologisch en psychologische ontwikkeling ook niet noodzakelijk om de geslachtelijkheid te ondersteunen en vast te stellen? En is geslachtelijkheid geen voorwaarde voor het kunnen krijgen van (eigen) kinderen? En is het huwelijk geen borging voor het veilig kunnen opgroeien van kinderen met de eigen vader en moeder? En is dat naast een christelijke overtuiging ook geen uiterst humaan model voor een samenhangende en gefundeerde samenleving?

Ik had nog kunnen schrijven over de complexiteit van gender en sport met regels over testosterone regels en voorbeelden als Mack Beggs, Laurel Hubbard en Caster Semenya. Maar voor nu denk ik dat het punt duidelijk is. Genderidentiteit is geen entiteit. Dat wil zeggen: het bestaat niet op zichzelf, maar is afhankelijk van – en ingebed in – de biologische ontwikkeling.

Genderdysforie

Maar begrijp me na deze uitzetting niet verkeerd. Ik zeg nadrukkelijk niet dat genderidentiteit niet zou bestaan. Ik denk dat er wel degelijk mensen zijn die kampen met genderdysforie (zich niet voelen naar de biologische sekse en hier ongelukkig over zijn). Ook denk ik dat er mensen zijn die zich vanuit genderidentiteit anders voelen dan de eigen sekse en hier wél gelukkig mee zijn. Ik wil daar niets aan af doen. Niet aan de complexiteit, niet aan het verdriet, niet aan discriminatie en niet aan de mogelijkheden die deze mensen mogen krijgen in de maatschappij.

Uit alles lijkt dat er serieuze psychische problemen kunnen ontstaan bij genderdysforie. Volgens Scientias: Één op de vijf transgenders heeft minstens één keer een zelfmoordpoging gedaan en meer dan 2 op de 3 transgenders geeft aan wel eens zelfmoordgedachten te hebben gehad. Beiden ongeveer tien keer zoveel als de rest van de Nederlandse bevolking. Maar het zijn niet alleen de transgenders die geen hulp vinden, die uit het leven stappen. “Het gebeurt soms ook na een volledige transitie,” vertelt Joz Motmans, onderzoeker naar transgenderisme en coördinator van het Vlaamse Transgender Infopunt.

Waar ik in dit blog tegen in verweer kom is niet genderdysforie zelf, of de mens erachter. Ik sta op tegen de ideologie achter de genderrevolutie met het bijpassend gender- en geslachtsspectrum. Het willen herinrichten van de maatschappij op basis van een zeer kleine groep en het omverwerpen van het judeo-christelijk mens- en wereldbeeld. Dit is niet alleen schadelijk voor het fundament van de maatschappij – het gezin, maar (daarmee) voor de gehele maatschappij als zodanig.

Conclusie

Het genderspectrum is met recht een ideologie te noemen binnen een bredere globale seksuele revolutie. Een ideologie is tenslotte een ‘geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de maatschappij, dat leeft binnen een maatschappelijke groep, met name een politieke partij, een denkstroming of een sociale klasse’ (wikipedia). En ik geloof dat we met de mens worstelend met dit probleem zachtmoedig en vol liefde moeten omgaan, maar met betrekking tot de ideologie een helder standpunt dienen in te nemen.


Voetnoten:

* Er zijn in Nederland iets meer vrouwen dan mannen. Volgens het CBS: ‘Op 1 januari 2018 telde Nederland 8,7 miljoen vrouwen en 8,5 miljoen mannen. Dat komt neer op 99 mannen op elke 100 vrouwen. Op jongere leeftijden zijn mannen licht in de meerderheid, op hogere leeftijden vrouwen. Per gemeente en leeftijdsgroep verschilt de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen.’ Het verschil is voor hier dus verwaarloosbaar en het gemiddelde van 0.4% is daarmee representatief.

Boeken | Uitgeverij Stad op een Berg
nv-author-image

Erwin de Ruiter

"De ene mens tracht zich uit te drukken in boeken, een ander in laarzen; beide falen waarschijnlijk." - G.K. Chesterton

Geef een reactie