Poëzie

Ongehoord

Gekwetst, veracht, vernederd, ongezien en ongehoord. Maar dat was gisteren. Laten we het gezellig houden.  

Gebed van een roofdier

jachthond
Dat de jacht mij mag verblijden,
inspanning haar vrucht zal werpen.
Ik mij niet verlustig in de roof,
zodat het mij niets zal ontnemen.

Dat jachtlust mij niet op zal jagen,
waardoor ik ten prooi zal vallen.
Als gevolg van toewijding de buit,
geen begerigheid ten grondslag.

Dat niet het opjagen van prooi
maar de vangst mijn honger stilt.
Uitziend naar een volle maag,
het doden geen verlangen.