Vier soorten mensen

De levenskeuze –

Op vakantie kwam het gesprek op ‘denkers en doeners’. Mijn gesprekspartner gaf aan mij meer te zien als een denker en zichzelf als meer praktisch ingesteld. Het gaat dan natuurlijk niet om intelligentie, maar om een eerste preferentie. Ik kan mij niet vinden in een hard onderscheid tussen deze beide. De reden daarvoor is dat ik meen dat denken praktische implicatie moet hebben. Slechts theoriseren is wellicht nuttig in de abstracte wetenschappen, voor een moreel, gelukkig en vol leven draagt het weinig bij. Dat wil niet zeggen dat het niet over abstracte zaken zou moeten gaan. De praktische implicaties van de metafysica, zoals: het bestaan van God, eventuele willekeur van het universum en objectieve moraliteit, hebben tenslotte grotere implicaties dan iemands sociale of psychologische gesteldheid.

Er zijn in die zin vier soorten mensen, misschien zes, maar dat zijn meer afgeleiden.

  • De eerste noem ik ‘de theoreticus’. De theoreticus beredeneert er lustig op los, creëert de mooiste bedenksels en leefkaders, maar komt zelf niet toe aan enige vorm van toepassing.
  • De tweede zou dan ‘de denker’ genoemd kunnen worden. Deze weegt af wat belangrijk en waar is, en hanteert dit vervolgens als filosofisch kader voor zijn praktische wandel.
  • Een derde is ‘de doener’. De doener is pragmatisch van aard en pakt eerst aan wat voor hem komt, om dit achteraf aan zijn idealen en wereldbeeld te beoordelen.
  • De laatste is dan ‘de practicus’ welke zijn wereld zo doelmatig en prettig mogelijk wil inrichten. Niet nadenkend over eventuele implicaties voor zijn (aangeboren) wereldbeeld.

De denker (2) heeft het oog op waarheid en het eeuwige, waar de doener (3) een hang heeft naar het onmiddellijke en alledaagse (om losjes Lewis te parafraseren uit ‘de moderne mens en zijn denkcategorieën. Lewis maakt een dergelijk onderscheid tussen het mannelijke en het vrouwelijke).

Maar als het eeuwige niets heeft uit te staan met het alledaagse, en het praktische zich niet richt op waarheid, vervallen ze tot de eerste respectievelijk vierde soort. En hier zie je het gevaar van theoretiseren zonder ‘praktische’ implicaties en het praktiseren zonder referentie kaders. Een wereldbeschouwing die nergens toe komt of ergens toe komen maar niet weten of het ergens toe dient. Het dient dan slechts het zelf.

Ten overvloede noem ik nog eens dat ik het hier niet heb over een honger naar kennis en weten in algemene zin, maar in het kader van levenswandel en wereldbeschouwing. Of met dr. Johnson (Rasselas): de zoektocht naar een levenskeuze. En in meer moderne termen: de zoektocht naar een goed leven.

Nu zijn er mensen die niet in staat (wensen te) zijn zelf te denken of te doen. Het allereerste voorbeeld hiervan zijn natuurlijk kinderen. Deze groeien op met hun ouders als rolmodel. Deze vormen het denken en handelen tot ze eigen keuzes gaan maken en andere rolmodellen gaan volgen. Met de hoop dat ze het goede uit de opvoeding behouden en het slechte zullen laten.

Er zijn ook volwassenen die vallen onder denkers of doeners, maar die hierbij afhankelijk zijn van anderen. Die niet zelf denken of doen, maar altijd verwijzen naar ‘de dominee’, ‘wetenschapper’, ‘leer’, ‘theorie’, of naar die of dat voorbeeld/figuur welke levenswijze ze wensen te volgen. Dit zijn de bedoelde subcategorieën, want het zijn zelf geen denkers of doeners, maar volgen wel de implicaties op of hanteren bepaalde kaders zonder deze zelf doordacht te hebben.

Nu zijn er maar heel weinig echt oorspronkelijke denkers, de mens staat nu eenmaal op de schouders van zijn voorouders. Dus allen hebben wij leraars, voorbeelden, en worden wij gevormd door en met anderen. Het is geen diskwalificatie; mensen hebben elkaar nodig.

Hoe meer mogelijkheden een mens heeft, hoe meer verantwoordelijkheid er op zijn schouders ligt zijn handelen en denken te vormen en te scherpen. En des te meer verantwoordelijkheid over de dingen die men doet en zegt.

Misschien als laatste noot moet toch benoemd worden dat waarheid belangrijker is dan de praktische implicaties. Zoals: of het christendom troost biedt of maatschappelijk relevant is, is van minder belang dan de vraag of het waar is. Anderzijds, als waarheid niet leidt tot een meer liefdevol leven is het een holle klank (1 kor. 13) en geen knip voor de neus waard.

Hier zie je de belangrijkste les: de denkers en doeners zijn complementair. De ene versterkt de ander op diens zwakke plek. Maar een doener zonder kaders of een denker zonder praktijk is als een route rijden zonder bestemming, of een bestemming hebben zonder het vervoer. En voor de sportliefhebbers: het is als het coachen van een voetbalwebstrijd voor de tv of voetballen zonder te weten welk doel van jou of van de tegenstander is. Zowel kader als actie zijn van groot belang voor een zinvol leven.

Boeken | Uitgeverij Stad op een Berg
nv-author-image

Erwin de Ruiter

"De ene mens tracht zich uit te drukken in boeken, een ander in laarzen; beide falen waarschijnlijk." - G.K. Chesterton

Geef een reactie